dinsdag 8 februari 2011

Opstaan uit een diepe slaap

Ben nog erg onder de indruk van het feit dat ik mezelf zo zwart op wit een Godzoeker genoemd heb. Het is iets wat helemaal klopt, daar gaat het niet om. Tegelijkertijd is het ook iets wat ik altijd voor mezelf gehouden heb. Iets waar ik in het geniep mee bezig was. Met dat God zoeken dus.
Blijkbaar kleeft er aan dat geloof en gelovig zijn veel waarbij ik me niet thuisvoel. Vooroordelen, maar ook feitelijkheden die het insituut kerk volgens mij geen goed doen. 
Niet voor niets voel ik mij aangesproken tot de gnosis. Gnosis is een Grieks woord, wat "kennis" betekent. Als gnostici spreken over gnosis, dan bedoelen ze niet het weten en kennis zoals wij dat doorgaans verstaan. Dan bedoelen ze een intuïtief, innerlijk en direct weten, zonder bemiddeling van opvattingen of ideeën, lees ik in een boek van Hein Stufkens.
Ter inspiratie een tekst uit Het evangelie der waarheid verteld door Valentinus, de grote gnosticus uit de tweede eeuw.

Zij zijn onwetend over hun goddelijke oorsprong.
Dat maakt hen bang, verward, instabiel, en 
vol twijfel en verdeeldheid.
Waandenkbeelden krijgen de overhand.
Als in slaap zijn ze, en
slachtoffer van verschrikkelijke nachtmerries:
op de vlucht, maar niet in staat zich te verplaatsen,
in vechtpartijen verwikkeld, waarbij ze slaan en geslagen worden;
een diepe val maken ze, of ze vliegen door de lucht, maar
zonder vleugels!
En terwijl niemand hen achtervolgt, is het toch of ze
vermoord worden - nee, ze moorden zelf, want
ze zijn met bloed bevlekt.
En dan, eindelijk, worden ze wakker.
Alsof een film is afgelopen,
zo laten ze de droomwereld achter zich.
Ze herinneren zich hun oorsprong, en het is alsof
het morgenlicht doorbreekt na een bange nacht.
Gelukkig de mens die ontwaakt
en terugkeert naar het Licht.

Religie heeft voor mij te maken met het herstellen van de verbinding met mijn goddelijke oorsprong. Volgens Wikipedia heeft ene Lactantius religie verklaard vanuit het Latijnse religare, wat 'opnieuw binden' betekent. Dat spreekt mij erg aan. Op de momenten dat ik me verbonden voel met de goddelijke, liefdevolle, ruimte waaruit ik voortkom, ervaar ik totaal geluk. Ik ben wetend van mijn goddelijke oorsprong. Niets is bevrijdender dan dat. Mij is dan helemaal helder dat dit is waartoe ik op aarde ben. Leven vanuit dit bewustzijn, verder is niets van belang. 
Valentius zegt: "Ik kan de vervreemding van mijn diepste zelf opheffen, tot de bevrijdende kennis komen van wie ik werkelijk ben, en zo rust en heelheid vinden. Niet ergens, later, nee: hier en nu."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen