dinsdag 1 maart 2011

Ga niet liggen voor je valt

Kind, ga niet liggen voor je valt! Dit is een uitspraak van oma die ik afgelopen jaar in de Flow tegenkwam.
Het kaartje hangt met een magnetisch plakbandje (ja, die bestaan, gewoon te koop bij de Hema) aan een metalen kastje recht tegenover me. Ik ziet het en lees de tekst weer eens. Dit keer komt het bedrieglijk eenvoudige zinnetje echt bij me binnen.
Morgen start ik op een nieuwe werkplek. Ik maak me er al in het voren druk over. Droom erover. Kortom: heb er angst voor. De meest voorkomende zin die door mijn hoofd schiet is: Ik kan het niet.
Het liefst ga ik liggen en sta ik nooit meer op. Wat als ik het gewoon niet meer wil, dat meedoen met alles? Stel ik geef er gewoon de brui aan. Geen werk meer. Geen verplichtingen. Wat zou er dan gebeuren? Beland je dan op straat?
Ik zat te mediteren en concentreerde me op mijn ademhaling. Opeens merkte ik dat ik die zelfs storend vond. Toen richtte ik mijn aandacht op de kleine pauze tussen de ademhalingen in. Ik ervoer de stilte, maar ook mijn levensenergie. "Als ik dood ben, is dat dan die stilte zonder de ruis van die energie?" schoot het door me heen. De dood als ultime stilte.
Eigenlijk heb je dus de dood en de levensenergie beiden in je. Of, bedenk ik me nu, is er niets statisch aan de dood? Geboorte en dood kun je zien als momenten van transformatie. In dat licht gaat het leven altijd door en is doodgaan niet meer dan een overgang. Is die stilte juist het leven?
Maar goed, wat ik wilde delen is mijn verlangen gewoon te gaan liggen. "Ik wil niet meer doen alsof ik onderweg ben met goede moed naar iets beters dan dit. Ik wil mijn best niet meer doen ... Ik ... wil het graag opgeven." Dit zegt Dominique, hoofdpersoon in De kleine miezerige god, een prachtig boek van Esther Gerritsen. Ik snap haar. Ik snap haar echt helemaal. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik dood wil. He-le-maal niet. In tegendeel. Ik wil doorgronden waarmee ik mezelf recht doe. Ik wil leven. Echt leven.

De kleine miezerige god
Esther Gerritsen
uitgeverij De Geus
ISBN 978-90-445-1288-5

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen